De grote winnaar van de kennisdelen zijn tot op heden de reeën. Zij kunnen zich voortplanten en kunnen het leefgebied uitbreiden. Er komt door het beheer, jaarlijks ruimte om de nakomelingen in groot te brengen. Door deskundig beheer hebben we steeds meer kans gekregen enkele laveiende reeën in het landschap te zien staan.

Beheerders van natuur en de daarin levende diersoorten zoeken naar een balans. Zij zoeken bijvoorbeeld naar een balans tussen de van nature aanwezige reeën en de door mensen aanvaardbaar geachte aantallen reeën. Dat is verantwoord door het verzamelen en gebruiken van kennis.

Poster: Reeën resultaat van actief faunabeheer


Het is belangrijk dat die beheerders de gemaakte keuzes, genomen maatregelen en de kennis delen. Voorheen is die kennis over reeën onder andere gedeeld aan de keukentafel. Later vond dit plaats tijdens zogenaamde reewildtrofeeënshows. Het is anno 2018 niet vanzelfsprekend dat deze kennis over reeën op deze manier wordt overgedragen. Wil je kennis dan ga je deze zelf vergaren.

Kennis is te vergaren door middel van:

  • zelfstudie;
  • deskundigen raadplegen;
  • cursussen volgen;
  • studeren;
  • praktijkonderzoek bijv. in projecten;

Regelmatig leven bij ons vragen die leiden tot activiteiten zoals praktijkonderzoek.

Praktijkonderzoek is onderzoek dat op systematische wijze in interactie met de omgeving antwoorden zoekt op vragen die ontstaan in de eigen praktijk en gericht op verbetering van de praktijk. (naar: Van der Donk & Van Lanen 2015).

Door praktijkonderzoek bouw je kennis op, doet er iets mee in de praktijk en onderzoekt het effect er van. Op basis van het onderzoek kun je tot nieuwe verbeterde inzichten komen voor de praktijk. Een bekende valkuil van het doen van praktijkonderzoek is dat je te snel resultaat wilt.

De projecten van Kenniscentrum Reeën doorlopen doorgaans onderstaande cyclus of dat nu is het redigeren van de inhoud van www.over-reeen.nl of het doen van een praktijkonderzoek:

Stroomschema: Proces praktijkonderzoek in de school, auteurs van der Donk en van Lanen 2011
 

Donk, C van der., & Lanen, B van. (2011). Praktijkonderzoek in de school.

Oriënteren
Het is belangrijk om helder te krijgen waar we aan werken. Onze projecten beginnen dan ook met een probleemstelling: Wat willen we bereiken? Richten Een uitdagend onderdeel is dat we ons verdiepen in wat er leeft, de documentatie en literatuur om zo een probleem te identificeren, en verder af te bakenen waar we precies mee aan de slag gaan. Zo beschrijven we de praktijk waarbinnen bijvoorbeeld het onderzoek gaat plaatsvinden en bepalen we het theoretisch kader. Samen vormen zij het fundament van het onderzoek.

Het resultaat is dat we de hoofdvraag en bijbehorende deelvragen verzameld hebben. De hoofdvraag is de aanleiding voor het werk. De deelvragen kunnen gedurende het onderzoek veranderen door nieuwe inzichten. Wat blijft is de hoofdvraag, de aanleiding. Dit resultaat resulteert in nieuwe of vernieuwde informatie of bijvoorbeeld in een praktijkonderzoek.

Opzetten van het onderzoek
Op basis van de fundament van het onderzoek bepalen we op welke manier we de hoofdvraag gaan onderzoeken. We maken daarbij bewust en onderbouwd keuzes, zoals:

  • Met wie gaan we onderzoeken? (Natuur beheren en natuur beschermen is een zaak van veel verschillende belanghebbenden. Praktijkonderzoek in dat domein vraagt om relaties met organisaties en beheerders die voor het onderzoek openstaan en hierin willen investeren.)
  • Hoe gaan we onderzoeken? (bijv. een pilot, een praktijktest, een vragenlijst of (groeps)interview)
  • Waar gaan we het onderzoek doen? (bijv. gebruik je referentie gebieden, wat zijn dan de eigenschappen voor selectie van die gebieden)
  • Zijn er valide instrumenten beschikbaar (erkende werkwijzen, gevalideerde vragenlijsten)? • Hoe ga je de wijziging die als een interventie kan voelen, neerzetten (is een klein aantal testen wel voldoende)?
  • Wanneer ga je het onderzoek uitvoeren (hazen en reekalfjes red je bijvoorbeeld in het voorjaar)?

We proberen gevalideerde instrumenten te gebruiken of te zorgen dat de instrumenten erkend kunnen worden. Uiteindelijk krijgen we zo een plan van aanpak dat voortkomt uit het oriënteren, richten en plannen. In sommige gevallen is dat een project- en/of onderzoeksplan.

Een veelvoorkomende manier van onderzoeken verloopt volgens het onderstaande proces:
Meting huidige situatie > verzamelen gegevens > Meting gewijzigde situatie en referentie gebied > verzamelen gegevens > onderzoek naar opvallende verschillen

Het vergelijken van de huidige situatie en de veranderde situatie is erg belangrijk. Dat vergelijken is namelijk ook vaak de basis voor het krijgen van steun en middelen om het praktijkonderzoek uit te voeren. Als het plan en de middelen beschikbaar zijn kan het praktijkonderzoek starten.

Verzamelen / Analyse en Concluderen / Ontwerpen
Zodra het plan af is en de middelen beschikbaar zijn is het eindelijk tijd om de benodigde informatie te gaan verzamelen en het werk bijvoorbeeld onderzoek in de praktijk uit te gaan voeren. Vervolgens volgt het interessantste deel van het werk: Het analyseren van de gegevens! We letten er hierbij op dat we niet te snel conclusies trekken. (Het kan verleidelijk zijn om te roepen “Dit is het, het werkt!”)

Op basis van voorlopige conclusies kunnen we besluiten het resultaat nog niet te publiceren of uit te voeren bijvoorbeeld omdat de gegevens te veel twijfel geven. Ook kan het zijn dat wij of onze omgeving na het analyseren met andere deelvragen komen te zitten. Het kan daarom praktisch zijn een interview te doen en middels open vragen te kijken wat mensen uit de praktijk terug geven?

Rapporteren en Presenteren
Zodra het onderzoek is afgerond kun je het resultaat gaan rapporteren en presenteren. Hierbij is het belangrijk dat je realistisch bent: Is je onderzoek goed verlopen? In hoeverre zeggen de conclusies ook echt wat? Wat had beter gekund? Welke vragen liggen er nog?

Een resultaat van onderzoek is namelijk niet in beton gegoten.

Het Kenniscentrum Reeën is ingericht voor zelfstudie. Je haalt zelf de kennis uit de enorme hoeveelheid bronnen. Iemand die zich de kennis zo meester heeft gemaakt is een autodidact. Onderdeel van het zelfstudie is ook het raadplegen van deskundigen en mensen met ervaring.

Deskundigen
Het leren van deskundigen en ervaren liefhebbers is niet zonder risico's. Kennishebbers zoals wetenschappers (biologen en ecologen) kun je proberen te benaderen als je specifieke vragen hebt. Vraag je daarbij af of zij zich lange tijd met reeën bezig hebben gehouden en dit nog steeds doen. Dat doen wij ook.

Voor een belangrijk deel kom je hun kennis vanzelf tegen als je vak tijdschriften en andere publicaties leest of een opleiding of cursus volgt. Die kennis is vaak afgestemd en getoetst aan kennis van anderen. Want en dat is belangrijk. Je hoort te toetsen of de inhoud klopt. De deskundigen in onderzoeken en toetsen zijn de wetenschappelijke instituten.

Ervaringsdeskundigen
Bij leren van ervaringsdeskundigen, de mensen die veel tijd doorbrengen in het veld is dat veel minder duidelijk. Dit soort mensen kunnen je alles vertellen over wat zij waarnemen en lezen. Zij kunnen kennis vaak in een context plaatsen en daarmee de bron voor voor nieuwe kennis vormen. Het is echter pas kennis nadat dit feitelijk bevestigd is door andere, onafhankelijke, waarnemers bij voorkeur door wetenschappelijke aanpak.

Wees steeds kritisch op wat je verteld en getoond wordt. Het Kenniscentrum Reeën is voortdurend bezig de kennis en context die zij heeft te spiegelen aan bevindingen van anderen. Om zodoende het niveau van de kennis te verbeteren.

Natuurbeheerders en grondeigenaren vragen meer en meer aan te tonen dat u kennis heeft van de natuur en de activiteit die u in de natuur uitoefent of dit nu beheer, onderzoek, fotografie of een andere vorm van natuur gebruik is. De materie is zo complex dat verschillend deskundigen een specifieke bijdrage in de kennis leveren. Het is voor u belangrijk te weten hoe de te verkrijgen kennis wordt beoordeeld door de natuurbeheerder.

Twee goed gewaardeerde kennisbronnen voor het beheren van reeën zijn:

De Stichting Jachtopleidingen Nederland (SJN)

SJN geeft de cursus cursus Jacht & Faunabeheer. Deze cursus is de basis voor het Jachtexamen. Deze proef van bekwaamheid is een verplicht element om een jachtakte te ontvangen.

SJN geeft als aanvulling in samenwerking met de Vereniging Het Reewild de cursus Kennis & Beheer van Reeën. Deze cursus bereid cursisten voor op het certificaat Reeënbeheer VHR.:

IPC Groene Ruimte

Het IPC Groene Ruimte is voor de beheerders van de buitenruimte hét kennis- en praktijkcentrum voor het opleiden van natuur- en groenbeheerders. Dat doen zij door de kennis en vaardigheden van de groene praktijk beschikbaar te stellen aan vakgenoten in de vorm van trainingen, opleidingen en vakliteratuur. Daar in zijn ook opgenomen cursussen gericht op het beheer van grote wilde hoefdieren (grofwild) waaronder een cursus Praktisch Reeënbeheer die cursisten ook voorbereid op het certificaat Reeënbeheer VHR. Daarnaast geeft IPC Groene Ruimte onafhankelijk advies. Klik voor het totale producten aanbod IPC

Icoon: Certificaat Reeënbeheer VHR 

Het overzicht van instituten die studies bieden naar het ree en diens leefomgeving is niet uitputtend maar geeft een beeld van wat in Nederland over reeën onderwezen wordt.

Studeren

In Nederland zijn verschillende hogescholen en universiteiten met een landbouwkundige en/of natuurgerichte achtergrond. In 2004 is nagegaan wat op deze instellingen over het ree gedoceerd wordt. Hieronder in het kort de bevindingen van deze zoektocht.

Kortom: op verschillende hogescholen en universiteiten komt het ree in meer of mindere mate aan bod. Bij de hogescholen betreft het veelal stof die aangeboden wordt als onderdeel van een vak, bij de universiteiten ligt dit anders; naast het volgen van vakken zijn er onderzoeksprogramma’s waar reeën een rol in spelen. Je kunt in principe zelfs afstuderen op het ree als dit binnen de context van zo’n programma valt.

Van Hall Larenstein

Hogeschool Van Hall Larenstein verzorgt o.a. de opleiding Bos- en Natuurbeheer. Bij het onderdeel ‘natuurbeheer’ wordt ook het ‘faunabeheer’ behandeld. Het dictaat faunabeheer besteedt aandacht aan reeën in de vorm van een vijftal artikelen:

  • Algemene info over de nederlandse Cervidae (ree en edelhert)
  • Vertonen reeën onder natuurlijke(r) omstandigheden ander sociaal gedrag?
  • Reeën zonder bejaging
  • Effecten van de afsluiting van natuurgebieden op het gedrag van grote zoogdieren
  • Het ree in de 21e eeuw

Van Hall Larenstein kent ook de opleiding Diermanagement. In die opleiding staat de relatie tussen mens en dier centraal en wordt ingegaan op de functies die dieren in onze samenleving vervullen: van gezelschapsdier tot studieobject. Bij diermanagement draait alles om non-productie dieren zoals gezelschapsdieren, dierentuindieren, wildlife en proefdieren. Meer weten over Van Hall Larenstein? Kijk op www.hvhl.nl.

Wageningen Universiteit

Aan de Wageningen Universiteit (WUR), binnen faculteit dierecologie wordt het vak ‘animal ecology’ gegeven. Daarin wordt niet per dier ingegaan op de ecologie van een soort, maar worden thema's behandeld als populatiedynamica en verteringsfysiologie.

Bij deze thema's wordt veelal wel ingegaan op hoe dat dan bij het ree in elkaar steekt. Reden hiervoor is dat van het ree en hertachtigen vrij veel bekend is. Wat meer specifiek onderscheid men binnen dierecologie verschillende thema’s, zoals begrazingsecologie en andere plant-dierrelaties. Dit thema gaat in op zaken als: relatie vertering van herbivoren en hun grootte, de invloed van vegetatiehoogte op het foerageergedrag, het effect van grootte van de herbivoor op snelheid van grazen, draagkrachtbepaling voor ree en damhert in een duingebied (Amsterdamse Waterleiding Duinen). Een ander thema is faunabeheer. Binnen dat thema worden onder andere aandacht geschonken aan hoe Nederland eruit zou zien als er niet meer gejaagd zou worden. Dit onderwerp is gerelateerd aan de wet waarin het aantal te bejagen soorten wordt gereguleerd. De discussie over al of geen doden uit oogpunt van duurzaam benutten natuur en/of voorkomen invloeden door in het wild levende dieren duurt onverminderd voort. Wat zouden de consequenties zijn als er niet meer gedood zou worden in ons land? Zowel plezierjacht als beheersjacht zullen in de beschouwingen worden betrokken. Het thema heeft als doel inzichtelijk te maken waar de lacunes in onze kennis ziten en wat wel en niet nodig is om tot actief beheer van fauna over te gaan. Internetpagina: www.wageningenuniversity.nl.

Katholieke Universiteit Nijmegen

Binnen de Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN)bestaat de subfaculteit Biologie als onderdeel van de opleiding Milieunatuurwetenschappen. De Subfaculteit Biologie bestaat uit zes afdelingen en twaalf leerstoelgroepen, die onderwijs verzorgen en onderzoek verrichten. Een voor ons wellicht interessante leerstoelgroep is Dierecologie en Dierecofysiologie. De leerstoelgroep richt zich echter vooral op zoet- en zoutwaterleven. Internet:  https://www.ru.nl/animalhttps://www.ru.nl/studiegids/science/vm/bachelor-generiek/overzicht-cursussen/overzicht-cursussen/overzicht-cursussen-biowetenschappen.

Rijksuniversiteit Utrecht

De Universiteit Utrecht (UU) heeft een onderwijsmodule ‘Wildlife management’ als keuzevak voor 4e-jaars studenten bij de veterinaire faculteit. Hier wordt inzicht gegevens in de betrokkenheid van dierenartsen bij populatiebeheer van niet gehouden, in het wild levende, dieren, in dit geval reeën. Ingegaan wordt op de Flora- en Faunawet en de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren. Er worden zowel hoor- als werkcolleges gegeven. Internet: https://www.uu.nl, https://www.uu.nl/en/research/life-sciences/wildlife-health-in-the-netherlandshttps://www.uu.nl/onderzoek/veterinair-pathologisch-diagnostisch-centrum/wetenschappelijk-onderzoek

Doneer
Stelt u dit prijs? Dan geven we u graag in overweging ons een bijdrage in de onkosten te schenken, op:
NL88 RBRB 0706 6041 64
of via

PayPal, de veilige en complete manier van online betalen.

Share


www.over-reeen.nl
0575-556717
Prins Clauslaan 6
7251 AS te Vorden, Nederland

ContactTwitterFacebook
Bank: NL88 RBRB 0706 6041 64
KvK-nr: 58588892

Logo Kenniscentrum Reeën

Cookies instellen